Klimaatverandering heeft niet alleen gevolgen voor onze kwaliteit van leven, maar ook voor de natuur. Toenemende weersextremen in combinatie met menselijke activiteiten leiden tot een snelle achteruitgang van natuur en biodiversiteit. Door de staat van de natuur beter op orde te brengen, wordt onze leefomgeving gezonder en veiliger. Met meer natuur zijn we beter beschermd tegen hitte en overstromingen. Dat is de stip op de horizon van het Actieprogramma Klimaatadaptatie Natuur (KAN).
KAN wil overheden en terreinbeheerders beter toerusten met de middelen die ze daarvoor nodig hebben. Praktijknetwerken en proefprojecten moeten voorzien in meer kennis en handelingsperspectief. In het stedelijk gebied wordt gezocht naar oplossingen voor het combineren van groen/natuur met woningbouw en revitalisering van bedrijventerreinen. Behalve kennis zal er ook meer ruimte nodig zijn voor groen en natuur. Daaraan hangt natuurlijk wel een prijskaartje.
Zo wil mijn gemeente Apeldoorn de parken, sprengen, beken en grotere groengebieden in en om de stad met elkaar verbinden. Maar er ontbreken nog schakels die grotere groengebieden aan de oostkant verbinden met parken in de stad. Die groene wiggen zijn lang geleden wel op een kaart gezet. Maar het is nog niet duidelijk hoe die zijn te realiseren. Voor de aankoop van grond is namelijk veel geld nodig. Geld dat er (nog) niet is.
Ook is er onduidelijkheid over de juridische borging van die groenblauwe structuur. Dat kan prima door die als een thematische laag op te nemen in het omgevingsplan. Gemeenten moeten namelijk vóór 2032 alle ruimtelijke en milieuregels overzetten naar één gemeentelijk omgevingsplan. Dat is geen eenvoudige opgave en zoveel tijd is er niet meer. Maar de politiek staat er ambivalent tegenover. Want blijft woningbouw dan nog wel mogelijk en leidt dat niet tot nog meer regelgeving?
Voor het landelijk gebied is het zoeken naar mogelijkheden om landbouw, natuur en recreatie te combineren. Integreren van functies in het landelijk gebied draagt bij aan maatschappelijke meerwaarde. Al is die niet altijd goed in harde euro’s uit te drukken. In de Nota Ruimte zijn daarvoor gebieden aangewezen. Zoals de veenweidegebieden, overgangszones rondom Natura-2000 en beekdalen. Verhoging van de waterstand in veenweidegebieden is goed voor de natuur en kan goed samengaan met extensieve landbouw. Deze gebieden kunnen functioneren als een spons en regenwater bergen bij langdurige hevige regenval. Gederfde inkomsten en beheerkosten moeten natuurlijk wel worden vergoed.
‘Daaraan hangt natuurlijk wel een prijskaartje’
De inzet van KAN is om overheden en terreinbeheerders beter toe te rusten met de middelen die nodig zijn om effecten van klimaatrisico’s te beperken. Proefprojecten moeten bijdragen aan inzicht in kansrijke handelingsperspectieven. Maar alleen inzetten op praktijkonderzoek is niet voldoende. Er is veel geld nodig voor de aankoop van grond en vergoedingen voor beheer en onderhoud. Geld dat nog gevonden moet worden.
KAN moet gaandeweg passende financiële arrangementen opleveren die het combineren van natuur met andere functies in stedelijk en landelijk gebied mogelijk maken. Die arrangementen hebben alleen kans van slagen als er voldoende budget is om risico’s en financiële tekorten op te vangen.







