Welke inzichten neem je mee van COP30, de recente klimaatconferentie in Brazilië? Veertigduizend mensen kwamen daar bijeen om te praten over oplossingen voor de klimaatcatastrofe. Tijdens de wandelingen van de ene naar de andere bijeenkomst schoten me gedenkwaardige jaartallen te binnen.
Om te beginnen 1945: het begin van de wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog en de enorme industriële ontwikkeling. Ruim twintig jaar later blijken de consequenties daarvan zo ingrijpend, dat bezorgde industriëlen het Massachussets Institute of Technology opdracht geven tot onderzoek naar de milieuproblematiek. Het verontrustende rapport Grenzen aan de groei van de Club van Rome uit 1972 schetst scenario’s van meerdere economische ontwikkelingsmodellen. Hoofdconclusie: ‘Ongebreidelde groei is onmogelijk, en die groei zal hoe dan ook ophouden’.
Vijftien jaar later, in 1987, brengt een VN-commissie onder leiding van de toenmalige Noorse premier Gro Harlem Brundtland het invloedrijke rapport Our Common Future uit. Het pleit voor: ‘Duurzame ontwikkeling die voorziet in de behoeften van de huidige generatie én rekening houdt met de behoeften van komende generaties’. Het leidt tot de vruchtbare milieuconferentie in 1992 in Rio de Janeiro. De ruim honderdvijftig aanwezige regeringsleiders – een onovertroffen record – kwamen daar het Klimaat-, het Bossen- en het Biodiversiteitsverdag overeen.
Daarna komt 2006: An Inconvenient Truth waarmee de Amerikaans oud-vicepresident Al Gore de wereld wakker schudt. Drie jaar later, in 2009, vindt de mislukte klimaatconferentie in Kopenhagen plaats. Wel wordt de grens van maximaal 2 graden Celsius opwarming van de aarde erkend, anders zullen zich onomkeerbare rampen voltrekken. In 2015 ondertekenen landen het Klimaatakkoord van Parijs, de eerste overeenkomst met concrete beleidsdoelen.
En dan in 2025, op de dertigste mondiale klimaatconferentie, trekken we de verbijsterende conclusie dat we sinds COP1 evenveel broeikasgassen uitstoten als vanaf het ontstaan van de mensheid tot aan die eerste COP. Maar we kunnen ook vaststellen dat de ontwikkeling van duurzame energiebronnen onwaarschijnlijk snel gaat. Dat het concept circulaire economie wel degelijk handen en voeten krijgt. En dat mede daardoor de apocalyptische projectie dat we op weg zijn naar 4,5 graden Celsius mondiale opwarming nu wordt geraamd op ‘slechts’ 3,5 graden. Nog altijd een horrorscenario, maar hopelijk kunnen we dat aantal met verdere actie opnieuw omlaag bijstellen.
‘Positieve verandering komt van niet-officials’
Mijn waarneming na talloze COP30-gesprekken: als die positieve verandering er komt, is dat vooral dankzij het noeste werk van de tienduizenden aanwezige nietoffi cials, niet-onderhandelaars en de mensen die vanuit bedrijven en ngo’s hun duurzame inspanningen deelden en samenwerkten. Zij realiseren concreet duurzame innovaties, zodat politici en beleidsmakers die durven vast te leggen in wetten en regels. Dat voorkomt dat voorlopers worden belemmerd door verouderde regelgeving die fossiele bedrijven onterecht bevoordeelt. Dat is toch bij uitstek de taak van overheden die het algemeen maatschappelijk belang moeten dienen.
Dus moeten die overheden als de wiedeweerga aan de slag gaan. Ik mocht als ambassadeur van Duurzame Dinsdag op COP30 maar liefst negentien innovatieve Nederlandse bedrijven vertegenwoordigen. En ik kon alleen maar concluderen: het bewustzijn, de positieve motivatie en de nodige oplossingen zijn royaal aanwezig.







