De circulaire economie is in veel gemeenten nog een relatief nieuw beleidsgebied.
De circulaire economie is in veel gemeenten nog een relatief nieuw beleidsgebied.

Gemeenten kunnen volgens nieuw onderzoek sneller vooruitgang boeken in de circulaire economie door samen te werken binnen bestaande netwerken. De aanpak verschuift de focus van interne organisatie naar verbinding met externe initiatieven en regionale partners. Daarmee ontstaat volgens onderzoekers meer dynamiek in de uitvoering van circulaire doelen.

Dat blijkt uit het afgeronde project ‘Met Lokale Netwerken op weg naar Circulariteit’, uitgevoerd door Hogeschool Windesheim en Hogeschool Saxion. Het onderzoek richt zich op de rol van gemeenten in de transitie naar een circulaire economie en de manier waarop samenwerking met externe partijen kan bijdragen aan versnelling.

Circulaire economie nog in ontwikkeling
De circulaire economie is in veel gemeenten nog een relatief nieuw beleidsgebied. Gemeenten geven aan dat er vaak beperkte kennis en capaciteit aanwezig is om het onderwerp structureel te verankeren. Daarnaast speelt rolonduidelijkheid binnen organisaties een rol, net als verschillen in interne cultuur en prioritering.

Tegelijkertijd is de ambitie breder: Nederland wil in 2050 volledig circulair zijn. Gemeenten worden daarin gezien als belangrijke schakel vanwege hun directe verbinding met lokale bedrijven en organisaties.

Netwerksturing als aanpak
Uit het onderzoek in de regio Zwolle komt naar voren dat het niet noodzakelijk is om eerst alle interne knelpunten op te lossen voordat actie wordt ondernomen. In plaats daarvan kan het aangaan van samenwerking met bestaande initiatieven en netwerken juist zorgen voor versnelling.

Door vroegtijdig verbinding te leggen met regionale partijen ontstaat volgens de onderzoekers meer dynamiek. Het netwerk kan vervolgens stapsgewijs worden uitgebreid. Belangrijk onderdeel van deze aanpak is het inbouwen van leermomenten, zodat samenwerking zich geleidelijk ontwikkelt.

Rol van de ambtenaar verandert
Binnen de netwerkgerichte aanpak verschuift de rol van gemeentelijke medewerkers. Zij worden in toenemende mate gezien als verbindende schakel tussen initiatieven. Het gaat daarbij om het leggen van contacten, het delen van voorbeelden en het koppelen van projecten. Projectleider Marcus Popkema benadrukt dat juist deze verbindende rol belangrijk is in de praktijk, omdat formele beleidsinstrumenten minder bepalend zijn voor de voortgang.

Praktijkervaringen uit meerdere gemeenten
In het onderzoek zijn verschillende gemeentelijke praktijkcases betrokken, waaronder Almere, Kampen en Meppel. Daarnaast namen meerdere gemeenten deel aan een zogeheten learning community, waarin ervaringen en werkwijzen werden uitgewisseld.

Uit deze trajecten komen handvatten naar voren voor samenwerking, rolverdeling en het opbouwen van netwerken. Gemeenten geven aan dat het actief benutten van bestaande verbanden kan helpen om circulariteit concreter te maken in beleid en uitvoering.

Regionale voorbeelden en kennisdeling
In de regio Zwolle wordt de aanpak al toegepast in samenwerking tussen gemeenten en kennisinstellingen. Volgens betrokken beleidsmedewerkers biedt dit kansen om circulaire initiatieven beter te verbinden en op te schalen richting landelijke doelstellingen.

Het onderzoek is uitgevoerd in samenwerking met onder meer universiteiten en kennisorganisaties, waaronder de Universiteit Twente en de Universiteit Utrecht, evenals publieke instanties zoals Planbureau voor de Leefomgeving en Rijkswaterstaat.

De resultaten moeten gemeenten helpen om de circulaire economie niet als afzonderlijk beleidsterrein te benaderen, maar als onderdeel van bredere samenwerkingen in de regio.