De productie van aardwarmte in Nederland verviervoudigde in de afgelopen tien jaar, maar de groei dreigt te stagneren. Om de klimaatdoelen voor 2050 te halen is een aanzienlijke versnelling nodig. Brancheorganisatie Geothermie Nederland pleit daarvoor niet om meer subsidie, maar om een slimmere subsidieregeling.
In 2025 produceerde Nederland 7,7 petajoule aan aardwarmte, afkomstig van 30 locaties met 34 geothermische installaties. Daarmee werd jaarlijks circa 220 miljoen kubieke meter aardgas bespaard en ongeveer 413.000 ton CO2 vermeden. Dat komt overeen met het gasverbruik van ruim 256.000 huishoudens. Maar om de rijksambitie van 80 petajoule in 2050 te halen, is een veel grotere groei noodzakelijk.
Knelpunt bij financierbaarheid
Een belangrijk probleem ligt bij de financierbaarheid van nieuwe projecten. In opdracht van Geothermie Nederland en EBN is onderzocht hoe de bestaande SDE-subsidieregeling beter kan aansluiten op de kenmerken van geothermie. De conclusie is dat met hetzelfde subsidiebedrag meer projecten van de grond kunnen komen, als de regeling anders wordt ingericht.
De onderzoekers stellen als meest evenwichtige oplossing een jaarlijkse vaste subsidie voor, die losstaat van schommelende gasprijzen, in combinatie met een gerichte bijdrage voor de hoge aanvangsinvesteringen. Hans Bolscher, voorzitter van Geothermie Nederland, reageert op de bevindingen: “Een beter passend financieel instrument is noodzakelijk om projecten daadwerkelijk van de grond te krijgen.”
Garantieregeling niet verlengd
Naast de subsidieregeling speelt ook risicobeperking in de ontwikkelfase een grote rol. De RNES-garantieregeling voorzag daarin, maar het kabinet heeft besloten deze niet opnieuw open te stellen. Geothermie Nederland zet in op een nieuwe garantieregeling die aansluit bij het specifieke risicoprofiel van geothermieprojecten.
De productie van aardwarmte gaat momenteel grotendeels naar de glastuinbouw. Projecten in de gebouwde omgeving, zoals woonwijken, lopen vertraging op door onzekerheden rondom warmtenetten, wetgeving en beperkte aansluitmogelijkheden. Op 25 februari leverde Geothermie Delft voor het eerst aardwarmte aan de gebouwde omgeving, wat Bolscher omschrijft als bewijs dat aardwarmte een realistisch alternatief is voor aardgas in wijken. “Nu is het zaak om dit soort projecten sneller mogelijk te maken”, aldus Bolscher.
Voor verdere groei van de sector zijn volgens Geothermie Nederland drie zaken essentieel: een effectievere subsidieregeling, voorspelbare vergunningverlening en robuuste warmtenetten.
Het eindrapport met aanbevelingen kun je hier vinden.







